Te

… en met elf graden is het te warm voor de tijd van het jaar’ klinkt uit de radio. Verschrikt laat ik de kerstbal uit mijn handen vallen. Zou het dan eindelijk zo ver zijn? Gaat de kritieke grens overschreden worden? Wordt vandaag het kantelpunt bereikt? Elf graden is te warm voor twintig december.

Onrustig loop ik naar de zeedijk. Als tegemoetkomende voetgangers mij er vrolijk op wijzen dat het toch zulk heerlijk weer is piep ik met een angstige blik ‘Zolang het duurt!’ of ‘Als dat maar goed gaat!’ terug. Ik vraag me af of deze mensen de nieuwsberichten überhaupt wel volgen. Op de zeedijk zie ik het water zoals altijd op grote afstand, het wad lijkt rustig, maar toch meen ik iets dreigends te ervaren als in een stilte voor een storm. Snel loop ik terug naar huis en kijk op de thermometer: negen graden, nog twee te gaan. Ik ren de trap op naar zolder, steek wierookstokjes aan, ga in de halve lotus-zit (omdat de hele niet lukt) zitten en zak langzaam weg in meditatie. Ik kalmeer en krijg vrede met alles wat er ook maar eventueel zou kunnen gebeuren. De dag glijdt door me heen waarbij de temperatuur ongetwijfeld de elf graden bereikt.

’s Avonds laat open ik mijn ogen. Het is donker geworden. De lichtbundel van de vuurtoren van Ameland glijdt met regelmaat over de zolder, die is er dus nog, het huis is er nog, ik ben er nog. Tastend loop ik naar beneden. De keuken staat niet onder water, niks te zien, ook buiten lijkt alles oké.

De volgende dag besluit ik me te verdiepen in de werkwijze van het KNMI. Al googelend vind ik dat zij haar conclusies baseert op gegevens van, slechts, de laatste driehonderd jaar.
Miljarden jaren lang is er weer geweest en het KNMI besluit op basis van de laatste driehonderd jaar dat elf graden te warm is voor twintig december! Dat is toch TE gek!