Plattelandsmonoloog

Gehoord op het platteland op een mistige novemberdag:

“Zeg! Mag het wat luider? Ik word knettergek van die stilte!
Ik hoor het regelmatig… zeikerds zijn het!
Altijd maar klagen.
Zelf heb ik nooit last van stilte… is toch lekker?
Even geen herrie aan je kop?
Word je toch vrolijk van?!
Komen ze in een rustige buurt wonen, gaan ze lopen zeuren dat het zo stil is!
En hoe vaak is het nou helemaal stil?
Dat moet toch kunnen die paar keren per jaar dat het stil is!
Leven en laten leven hoor, zeg ik altijd maar.

Omdat zij niet tegen stilte kunnen moeten wij zeker de hele dag lawaai gaan lopen maken! En het kan ze toch nooit luid genoeg dus hoeveel herrie je ook maakt, ze vinden altijd wel iets om te miepen; dat het “midden in de nacht, af en toe, toch wel wat stil is!” Ach, ze terroriseren de hele buurt met hun geklaag.

Als zij er last van hebben, moeten zij er zelf ook maar iets aan doen! Een fietsband opblazen bij de benzinepomp en dan vooral niet op het metertje letten, zoiets. Een harde piep in je oor is ook lawaai toch? Kunnen wij gewoon weer onze gang gaan.
Laat ze toch verhuizen naar een flatje in de stad!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.