Luister nou eens!

Luisteren kan ik heel goed. Bijzonder goed. Extreem goed zelfs. Maar ik doe het niet zo heel vaak, eigenlijk bijna nooit, welgeteld heb ik nog maar één keer in mijn hele leven echt geluisterd.

Die keer was tijdens een communicatiecursus en de reden was omdat het moest. Ik moest vijftien minuten lang alleen maar luisteren terwijl mijn gesprekspartner een probleem waar ze mee zat uit haar doeken ging doen en als het dan beslist moest mocht ik gerust van alles en nog wat in mijn hoofd bedenken en doen zolang ik dat maar voor me hield. Af en toe een begrijpend hm, hm of een knikje om aan te geven dat ik nog leefde was toe gestaan, meer absoluut niet.

Natuurlijk vond ik het eerst stikmoeilijk en moest ik mijn tong bijna letterlijk afbijten bij het aanhoren van allerhande zaken waar ik het helemaal niet mee eens was en die ik met een paar snelle tips wel even dacht te kunnen oplossen. Maar zo halverwege de vijftien minuten stopte dat denken omdat ik inzag dat dat nutteloos was, ik mocht het immers toch niet zeggen, en begon ik echt te luisteren en alleen maar te luisteren.

Het verrassende, voor mij, was dat hoewel ik helemaal niets had opgelost of bedacht of zelfs maar mijn mening had gegeven de ander het echt een heel fijn gesprek had gevonden wat haar echt en eerlijk enorm ontzettend vooruit had geholpen.
En ik? Ik voelde me super-relaxt want ik zat niet met haar probleem in mijn hoofd om er nog eens dagenlang over na te blijven malen en denken en oplossen.
Dus luisteren bleek oneindig veel simpeler dan wat ik er gewoonlijk van maak en ik ben er hartstikke goed in.
Maar waarom is het dan toch zo lastig om alleen te luisteren?

Misschien is de definitie van luisteren verkracht door teveel zinnen als: “Heb je niet gehoord wat ik zei?” “Ben je doof?” “Moet ik het nou nog een keer zeggen?” en de meestverneukeratieve “We hadden toch afgesproken dat” waarbij “luisteren” consequent en onveranderlijk verward wordt met “er iets mee doen” waarbij dat “iets” dan weer vaak exact is wat je net gehoord hebt. Managers hebben hun hele functiebeschrijving gebaseerd op dit door mekaar halen van luisteren en opvolgen. Ze motiveren je met argumenten en omdat je het gehoord hebt gaan ze er vanuit dat je er ook iets mee gaat doen. Is dat “iets” niets of niet wat zij willen dan volgt een nieuwe motivatie-ronde of wanneer alle hands-on-dek-want-gevaar-voor-openbare-ondermijnende-muiterij geboden is: een motivatie-TRAJECT!
Net als vroeger toen de vla die ik niet luste keer op keer weer tevoorschijn getoverd werd net zolang totdat ik-maar-in-het-echt-mijn-broer-die-gek-was-op-dat-spul het stiekum opat.

Wil ik daarom veel dingen niet meer horen of weten? Omdat ik geleerd heb dat ik er dan ook iets mee moet doen?
Zou best eens kunnen.

Ik neem me nog maar eens een keer voor om als iemand iets zegt, wat de koetjes en kalfjes ontstijgt, alleen maar te luisteren zonder meteen een grappig antwoord/goede-ongevraagde-tip te bedenken of zelfs maar “iets”.
Zoals onze westerburen zo mooi zeggen:
“Use it and you get used to it again wich is the first step and therefor worth a daalder and half of the job.”

Reageer gerust op dit stukje, ik zal er niets mee doen, alleen lezen.
Beloofd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.